Eerste voorpublicatie op 8 maart 2025
Regen
Wie mij erop attendeerde weet ik niet meer: de onthulling van het razziamonument aan de Maas. Zojuist de opleiding Photograpic Design afgerond en een vader die tijdens de razzia met zijn broer was gevonden in de kruipkelder achter de voordeur waren voldoende reden om ernaar toe te gaan. Ik was vroeg en het regende. Het regende goddeloos. Voor de niet genodigden was over een flinke breedte een afdak gemaakt waar een veiligheidsmedewerker de taak had de bezoekers onder die bescherming tegen het water te houden. Er stonden ook stoeltjes en ik bevroeg enkele van de mensen die er al zaten, verstopt achter hoge kragen of in capuchons. Waar ze vandaan kwamen, waarom ze er waren, voor wie ze er waren. Mijn opa, mijn vader. Kinderen maar ook kleinkinderen. Soms van een flink eind uit de buurt, hadden ze moeite genomen om in die treurige regen het moment bij te wonen waarop het monument ter nagedachtenis aan de mannen die op 10 en 11 november 1944 tijdens de razzia uit Rotterdam en Schiedam werden weggevoerd. De slachtoffers van de razzia. De ernst van de kwestie begon - hoewel ook mijn vader was opgepakt - pas toen enigszins tot mij door te dringen. De betekenis was groter dan het verhaal dat mijn vader als een terzijde had verteld, met accenten op andere gebeurtenissen op die dag.
Al snel was het afdak voor de bezoekers niet meer toereikend, werden zitplaatsen opgegeven, werd eerst nog geprobeerd in te schikken, maar duurde het niet lang voordat een nieuw dak buiten de tent ontstond, nu van paraplu’s. De Marinierskapel trad aan, rond het nieuw gelegde gras groeide een kring van bezoekers. Sommigen met een bloem, een foto. De veiligheidsmedewerker had zijn taak opgegeven en had een beter heenkomen gezocht. Het is wel grappig dat je met een camera in de hand je meer kan permitteren dan zonder. Ik heb wel eens het verkeer ontregeld om foto’s te maken, maar omdat ik een keurig reflectiejack en een camera had, zwaaiden de passerende agenten vriendelijk naar me. En hoewel mijn schoenen volliepen met water en de nieuwe zoden rond het monument de neiging kregen te gaan drijven, had ik met de camera vrij spel. Waar het mij bij aanvang met een beheerst handgebaar nog verboden werd buiten het afdak te komen, kon ik ongestoord mijn werk doen: foto’s maken. En daar ontstond de gedachte aan een project en wist ik niet welke wonderlijke en indringende verhalen ik te horen zou gaan krijgen tijdens de vele interviews of de daarbij soms horende trips naar Duitsland. Ook werd al snel duidelijk dat er vierenveertig interviews moesten komen, en daarmee de vraag: waar haal je zoveel nabestaanden vandaan. Het bleef niet bij deze eerste uitdaging.